Tem je mentale gewoontedieren

Hoe je denken je zelfvertrouwen ondergraaft — en wat je eraan kunt doen

Ken je dat? Je staat onder de douche en herbeleeft voor de vierde keer dat ene gesprek van gisteren. Of je piekert al een halve dag over een mail die je nog moet sturen, omdat je denkt te weten wat de ander zal denken over wat jij misschien zal zeggen. Welkom in de dierentuin van je hoofd.

Onze gedachten zijn vaak geen objectieve waarnemers, maar sluwe beestjes die zich vermommen als waarheid. En voor je het weet laten ze je twijfelen, piekeren, uitstellen, pleasen of gewoon volledig blokkeren.

Tijd om kennis te maken met een paar van mijn favoriete mentale gewoontedieren — én hoe je ze kunt leren temmen.

De waarzegger / gedachtenlezer

“Die is nors vandaag, het ligt zeker aan mij.” “Waarom zou ik dat blogartikel posten als toch niemand het interessant zal vinden?”

De waarzegger of gedachtenlezer lijkt een trouwe bondgenoot die ons helpt grip te krijgen op ons leven, maar vaak is het tegenovergestelde waar. Hij creëert een eigen versie van de waarheid – en die is lang niet altijd juist. En accuraat of niet, één ding is zeker: je eigenste alternative truth is een sluw beestje dat langzaam maar zeker je onzekerheid voedt.

Maar het blijft niet bij gedachten lezen of waarzeggen alleen. Je kunt als het ware een hele dierentuin bevolken met mentale gewoontedieren die maar al te graag een loopje nemen met de waarheid – en zo je zelfvertrouwen stilaan ondergraven. Ze zijn er in alle vormen, maten en kleuren. Hier bespreek ik de meest hardnekkige (althans in mijn ervaring). Want ook al heb ik er al flink wat getemd, sommige passeren nog geregeld de revue.

De innerlijke criticus

“Laat je pen maar in de doos, want behoorlijk schrijven kan je toch niet.”

Geen strengere recensent dan onze innerlijke criticus. Onze partner in crime als het op zelfkritiek aankomt. Als kind leren we al dat we streng voor onszelf moeten zijn als we iets willen bereiken. Zo krijgt die innerlijke stem steeds meer ruimte – tot hij zich stevig in ons hoofd genesteld heeft.

En net zoals Statler en Waldorf uit de Muppet Show onafscheidelijk waren in het spuien van kritiek, krijgt ook onze innerlijke criticus vaak gezelschap van het impostor monster.

Een beetje zelfkritiek kan nuttig zijn, maar hoe vaak motiveert je innerlijke criticus je écht? Meestal is hij vooral goed in je neerhalen en je enthousiasme de kop indrukken.

Als een fijn geslepen zoomlens vergroot hij je gebreken uit en verkleint hij je kwaliteiten. “Je kunt misschien wel hier en daar een te pruimen gerechtje uit je mouw schudden, maar je timing in de keuken, girl… it sucks!”

Negatieve zelfspraak ten top. Maar hoe snoer je die criticus de mond?

Geef hem (of haar) een naam. Als Nonkel Alfons of Tante Irma weer langskomt met “waardevolle feedback”, bedank dan vriendelijk – en gooi de spreekwoordelijke deur dicht. Reken er maar op dat ze nog een laatste sneer geven tussen de deurspleet.

Volharden in je grenzen stellen, en jezelf achteraf een schouderklopje geven, is de boodschap. Want geen beter tegengif voor zelfkritiek dan zelfbevestiging.

Disclaimer: alle namen gebruikt in deze tekst zijn fictief.

De criticaster

Tijdens de koffiepauze kunnen we het vaak niet laten: een collega’s outfit afbreken, of fijntjes wijzen op die dt-fout in z’n mail aan de directie.

Waarom? Omdat het ons ego streelt. Als die collega geen smaak heeft, dan heb jij die dus wél. Toch?

Maar veel meer dan een bitsig imago haal je hier niet uit. Op lange termijn ga je jezelf er niet leuker door vinden – en je zelfvertrouwen vaart er ook niet wel bij.

Bovendien: pas op met het Cruella de Vil- of Gargamel-imago. Je zou die collega maar eens om hulp moeten vragen…

De adviesjunkie

“Ik weet het echt niet meer. Er zijn te veel opties. Beslis jij maar…”

Soms is advies vragen de beste manier om verder te raken. Maar als je het bij élke beslissing doet, wordt het een gewoonte – en geen gezonde. Bij grote beslissingen is raad vragen logisch. Maar als je telkens je verantwoordelijkheid doorschuift uit angst om “verkeerd” te kiezen, tast dat je zelfvertrouwen aan.

Leer vertrouwen op je eigen oordeel. Vraag advies wanneer het ertoe doet – niet uit onzekerheid.

De eeuwige twijfelaar

“Had ik toch niet beter die andere opdracht gekozen?” “Kocht ik wel de juiste koptelefoon?”

Beslissen en het dan loslaten: niet eenvoudig. Maar als je elke keuze opnieuw bevraagt, wordt twijfel een gewoonte. Elke beslissing houdt risico in. Soms kies je goed, soms niet. Maar wie blijft twijfelen, tast z’n zelfvertrouwen langzaam aan. Net zoals te hard poetsen je glazuur aantast.

Accepteer je keuze. Was het niet de juiste? Leer eruit, en doe het de volgende keer anders.

De “het is ok” junkie

“Schat, ben je zeker dat je zin hebt in Thai food? Je doet het niet om mij een plezier te doen hé?”

Geruststelling zoeken voelt fijn. Maar als het je standaardstrategie wordt, dan tast het je zelfzekerheid aan. Vooral pleasers zijn hier vatbaar voor. We willen zeker weten dat we niets verkeerd deden. Maar wie altijd bevestiging zoekt bij de ander, leert nooit rust vinden in zichzelf.

Oefen in het verdragen van onzekerheid. Je zult zien: ze gaat vanzelf weer liggen.

De doemdenker – Master of Disaster

“Als ik het vliegtuig neem, raak ik zeker besmet met corona.”

Sommigen onder ons zijn meesters in het bedenken van rampscenario’s. En toegegeven: voorbereid zijn is goed. Maar als je áltijd het ergste verwacht, wordt je leven een eindeloze rampenfilm. En de mooie momenten? Die spelen zich af in de achtergrond, onopgemerkt.

De veralgemener – de luie waarzegger

“Ik dien geen voorstel in. Ze kiezen toch altijd iemand anders.” “Iedereen doet daar aan vriendjespolitiek.”

Veralgemenen is verleidelijk. Altijd, nooit, iedereen, niemand – ze glippen er makkelijk uit. Maar meestal zijn ze niet waar. En ze houden je klein. Denk dus wat meer out of the doombox – en zoek de nuance.


Hoe zorg je dat ze je minder onzeker maken?

Gebruik deze Eerste Hulp bij Onzekerheid-tips en tem je mentale gewoontedieren. Je kunt ermee aan de slag met de gratis poster die ik voor je maakte.

Probeer mindfulness – het ultieme tegengif

Geen betere manier om je bewustzijn aan te scherpen dan gerichte aandacht. En dat is waar mindfulness om draait.

Je leert kijken naar je monkey mind. Herkennen dat gedachten gewoon… gedachten zijn. Niet de waarheid. Mindfulness is geen wondermiddel dat negatieve gedachten uitschakelt. Wel leer je ermee om ze te herkennen – zonder erin te verdrinken.

Je brein wordt als een horizon waar gedachten als wolken passeren. Soms is het helder. Soms zwaar bewolkt. Maar jij bent de lucht, niet de wolk.

Meditatie in de praktijk

Wat je ook opmerkt vanaf je meditatiekussen (of stoel), mindfulness leert je in het hier en nu te blijven – het enige moment waar jij echt vat op hebt.

Hoe vaker je oefent, hoe makkelijker het wordt om je mentale gewoontedieren te herkennen vóór ze je in het nauw drijven.


Mindfulness proberen?

Er bestaan verschillende apps die je begeleiden bij een dagelijkse gewoonte:

  • Headspace – laagdrempelig, gestructureerd en zonder zweverigheid
  • Calm – stijlvolle app met veel meditaties, verhalen en muziek
  • Imagine Clarity – meditaties met compassie, rust en diepgang
  • 10% Happier – praktisch, nuchter en gericht op sceptische beginners
  • Smiling Mind – gratis, nuchter en licht, met Australisch accent
  • Healthy Minds Program – gratis app met wetenschappelijke aanpak en focus op veerkracht